Piv Huvluv staat 20 jaar op de planken

Soms vraag ik me af of alles ooit verteld zal zijn.

Jan Cattrijsse (53) kent u intussen al twintig jaar als comedian Piv Huvluv. En u kan hem binnenkort in heel Vlaanderen zien met zijn nieuwe tournee. In ‘Zijn er nog vragen’ pakt hij uit met frisse verhalen, doorspekt met leuke muziek en nostalgische foto’s - allemaal gekoppeld aan zijn eigen levenswandel. “Ik blijf een verhalenverteller en enkel op het podium voel ik me echt thuis.”
Een volledig nieuwe show, geen ‘best of’ van de voorbije twintig jaar. Dat is wat het publiek mag verwachten van Piv Huvluv, in een regie van Kortrijkzaan Joost Laperre, die onder meer ‘Lookalikes’ en ‘Superstaar’ vormgaf.

Die titel: kan je die even uitleggen?

“‘Zijn er nog vragen’ vat het gewoon goed samen. Ik ben begonnen met stand-up comedy om mijn sociale vaardigheden aan te scherpen. Van nature spreek ik niet snel een onbekende aan. Ik dacht de rollen daarom eens om te keren, en mensen naar mij toe te laten komen. Maar wat stel ik vast? Al twintig jaar krijg ik dezelfde openingsvragen voorgeschoteld. ‘Kan je leven van comedy?’, ‘Van waar komt je artiestennaam?’, ‘Heb je het gemakkelijk gevonden?’, of ‘Moet jij nog helemaal terug naar Oostende rijden?’ De vragen zijn echt, maar ik gebruik ze vooral als kapstok om mijn verhalen aan op te hangen. Alles wat ik vertel en waar ik grappen over maak, komt uit persoonlijke ervaringen. Alle anekdotes zijn echt, maar nooit letterlijk. Aan elk verhaal koppel ik ook een foto of liedje. Ik heb welgeteld één jaar en drie maanden aan de show geschreven.”

Hoe is je carrière destijds begonnen?

“In 1997 ging weekblad Humo op zoek naar ‘grappige mensen’ via de bekende Comedy Cup. Ik dacht dat het wel iets voor mij was - ik had tenslotte al wat ervaring opgedaan in het straattheater. In enkele weken tijd krabbelde ik wat teksten samen en filmde ik mijn eerste optreden in café Manuscript. Er zaten ongelooflijk slechte grappen tussen, maar ik had voldoende geslaagd materiaal om een video van tien minuten samen te stellen. Uiteindelijk haalde ik de finale in de AB Club in Brussel, voor een bomvolle zaal. Winnen deed ik niet, maar ik scoorde wel goed en kreeg een mooie recensie. Enkele theaterbureaus spraken me aan en uiteindelijk ging ik in zee met XL Productions. We werken nog altijd samen, wat toch vrij uitzonderlijk is in de comedy- en theaterwereld.”

Is het nu moeilijker om grappig te zijn dan twintig jaar geleden?

“Ik laat de actualiteit links liggen en blijf dicht bij mijn eigen leefwereld. Ik duik in mijn eigen verleden. Waar ik wel eens mee inzit, is dat op een dag alles verteld kan zijn. Toch schieten ideeën me nog altijd spontaan te binnen, al moet je wel de discipline hebben om het uiteindelijk ook op papier te zetten. Ik denk voorts dat de lat erg hoog ligt voor opkomend talent. Vlaanderen heeft al een zeer gevarieerd comedy-aanbod. Om je te onderscheiden, heb je meer nodig dan enkele losse oneliners.”

Stel je voor: niemand in de zaal die lacht.

“Dat is toch al een hele tijd geleden. Pas op, je hebt wel al eens een moeilijker publiek - zoiets voel je gewoon aan. Maar op zo’n moment spreek ik mijn ervaring aan: ik kan altijd wel teruggrijpen naar ouder materiaal. Ach, comedians zijn ook maar mensen, hé. Sommigen denken dat wij constant onnozele zwans uitkramen. (lacht) Zo was ik eens aanwezig op een groot familiefeest. Ze dachten daar dat ik de hele boel ging opleuken met grappen en verhalen, terwijl ik ook maar één van de vele feestvierders was. Plots riep iemand: ‘Allee zeg, Piv Huvluv de comedian? Ambiance nul!’ (vormt het getal met zijn vingers). Maar stel je eens voor dat we dag in dag uit grappig proberen te zijn. Het zou gewoon irritant worden.”

In ‘Eigen Kweek’ nam je de gesmaakte rol van agent Stefaan Goudry voor je rekening. Broed je nog op tv-plannen?

“Eigen Kweek heeft mijn carrière een duwtje gegeven, vooral buiten West-Vlaanderen. Ik was uiteraard enorm blij met deze ongelooflijke kans. En denken dat ik aanvankelijk afgewezen werd voor een andere, kleinere rol in diezelfde reeks. Maar ik ben niet actief op zoek naar nieuwe film- of televisierollen. Ik zou het wel nog eens graag doen, maar ik laat het wat op me afkomen. Ik ben ook geen opgeleide acteur, hé. Ik ben me er bewust van dat ik geen hoofdrol kan vertolken. Comedy en het podium: dát is mijn biotoop, dáár hoor ik thuis. Weet je, een jaar of zes-zeven geleden kende ik een emotionele, lastige periode. Maar door op het podium te staan, kon ik mijn hoofd vrijmaken. Optreden geeft me een kick. Ik hou ervan om het publiek op sleeptouw te nemen. Ik ben en blijf een verhalenverteller, dat is mijn talent.”

Straks treed je in heel Vlaanderen op. Zijn er verschillen tussen pakweg Knokke en Kortrijk?

“Neen, ik geloof niet in regionale verschillen. Het publiek verschilt per avond. De ene keer treed je op in een parochiezaaltje, de andere keer in een cultureel centrum. Ik merk wel dat ik in Limburg, West- en Oost-Vlaanderen iets gemakkelijker voet aan de grond krijg dan in Brabant en Antwerpen. Toch hoop ik ook daar enkele keren te kunnen optreden.”

Veel comedians en acteurs kiezen voor Gent, jij woont nog steeds in Oostende. Nooit een verhuis overwogen?

“Gent is misschien hip, maar ik ben honkvast. Ik ben ontzéttend gehecht aan Oostende en de zee. Ook al zie ik de zee niet, de gedachte dat ze op een steenworp te vinden is, vind ik aangenaam. Mij krijg je hier niet weg, al was het maar omdat veel vrienden ook in de streek wonen.”

Timmy Van Assche
Het Nieuwsblad, 16 september 2017